Deconventioneren voor 2027: wat kost het je, wat levert het op?
Bijgewerkt op: 8 sep
Half december is de deadline waarop veel zorgverleners hun conventiestatus voor 2027 vastleggen. Wie voor het akkoord 2026-2027 niets doet, blijft automatisch geconventioneerd. Wie zich wil deconventioneren, moet dat vóór 15 december 2026 melden via ProGezondheid, met ingang vanaf 1 januari 2027.
Die keuze wordt meestal beroepsmatig bekeken: vrije tarieven versus vaste tarieven, meer autonomie versus minder administratieve rompslomp. Wat vaak onderbelicht blijft, is wat het financieel betekent. Want deconventioneren raakt niet alleen je tarieven. Het raakt ook je RIZIV-toelage, de manier waarop je je pensioen opbouwt, en mogelijk de instroom van patiënten.
Wat er op het spel staat: de RIZIV-toelage
Ben je geconventioneerd, dan bouw je via het sociaal statuut jaarlijks een toelage op die je kan laten storten in een sociaal VAPZ-contract. Zodra je deconventioneert, valt die toelage weg. Hoeveel dat concreet is, verschilt sterk per beroep:
Tandarts: 4.592,21 euro, ongeacht of je volledig of gedeeltelijk geconventioneerd bent.
Arts: 2.945,25 euro bij gedeeltelijke conventionering, 6.243,59 euro bij volledige conventionering.
Kinesitherapeut: tussen 2.121,78 en 3.751,01 euro, afhankelijk van het aantal M-waarden of M-prestaties.
Logopedist: tussen 1.560,89 en 3.219,31 euro, afhankelijk van het aantal R-waarden of R-prestaties.
Apotheker: tussen 1.851,13 en 3.702,25 euro, afhankelijk van je gemiddeld aantal werkuren per week.
Zelfstandig verpleegkundige in hoofdberoep: maximaal 650,36 euro. Let op: dit geldt alleen in hoofdberoep, en enkel als je tussen 33.000 en 150.000 euro aan verstrekkingen binnen artikel 8 van de nomenclatuur factureert.
Vroedvrouw: enkel bij minstens 150 verstrekkingen of 2.250 V-waarden.
De bedragen voor dienstjaar 2026 die hierboven staan zijn de officiële cijfers van RIZIV en Liantis. Een deel ervan (onder meer bij artsen en apothekers) is voorgesteld onder voorbehoud van publicatie van het koninklijk besluit in het Belgisch Staatsblad — de kans dat ze nog wijzigen is klein, maar niet onbestaand. Check bij twijfel je eigen premiejaar op ProGezondheid.
Deze toelage is voor de meeste zelfstandige zorgverleners een van de weinige manieren om via de overheid mee te betalen aan hun pensioenopbouw. Wie een eenmanszaak heeft, kan geen IPT afsluiten — dat kan alleen via een vennootschap. Voor hen is het sociaal VAPZ, gevoed door de RIZIV-toelage, dus een instrument met weinig alternatieven.
Wat er tegenover staat: vrije tarieven
De keerzijde is reëel. Als niet-geconventioneerd zorgverlener bepaal je zelf je tarief, zonder de honorariumgrenzen van het akkoord. Voor wie in een regio of specialisatie werkt waar de vraag groot is en de geconventioneerde tarieven duidelijk onder de reële kostprijs liggen, kan dat op jaarbasis meer opleveren dan de RIZIV-toelage ooit zou compenseren.
Het omslagpunt hangt af van je patiëntenvolume, de tariefmarge die je realistisch kan hanteren, en hoe gevoelig je patiëntenbestand is voor de eigen bijdrage. Dat laatste punt is niet te onderschatten.
De -25%-regel: een verborgen effect op je patiënten
Zodra meer dan 60% van een beroepsgroep toetreedt tot het akkoord, treedt een sanctieregel in werking: patiënten die naar een niet-geconventioneerde zorgverlener gaan, krijgen 25% minder terugbetaald. Bij logopedisten is dat nu al het geval — 84% is toegetreden tot het akkoord 2026-2027, waardoor de -25%-regel sinds 1 april 2026 van toepassing is voor wie niet toetreedt.
Dat is geen detail. Het betekent dat deconventioneren niet alleen je eigen tarief vrijmaakt, maar ook de drempel voor je patiënten verhoogt. Voor een praktijk die draait op een vaste, prijsgevoelige patiëntengroep — denk aan thuisverpleegkundigen of logopedisten met kinderen in behandeling — kan dat effect groter zijn dan de tariefwinst zelf.
Hoe de procedure werkt
Wil je je conventiestatus voor 2027 wijzigen, dan meld je dat via het beveiligde portaal ProGezondheid, onder "Mijn profiel" bij "Conventiestatus". Je hebt daarvoor je eID, Itsme of een digitale sleutel (TOTP) nodig. De weigering moet vóór 15 december 2026 geregistreerd zijn en gaat in vanaf 1 januari 2027.
Eén nuance: deze deadline geldt voor de beroepsgroepen die in het akkoord 2026-2027 zitten, zoals artsen, tandartsen en logopedisten. Kinesitherapeuten werkten met een overeenkomst die aan een ander tweejarig ritme gekoppeld was. Check dus altijd via ProGezondheid of via je beroepsvereniging wat voor jouw specifieke beroep de exacte deadline is, voor je een beslissing vastlegt.
Wat wij zouden nakijken voor je beslist
Deconventioneren is een tariefkeuze, maar de rekensom erachter is een boekhoudkundige. Voor wie twijfelt, komen minstens deze elementen aan bod:
Wat je huidige RIZIV-toelage je jaarlijks aan pensioenopbouw oplevert, en wat het alternatief is als die wegvalt.
Of je patiëntenbestand gevoelig genoeg is voor de eigen bijdrage om de -25%-regel te voelen in je omzet.
Of de tariefmarge die je realistisch kan vragen, op jaarbasis meer oplevert dan wat je nu ontvangt via het sociaal statuut.
Wat dit betekent in combinatie met je vennootschapsvorm, als je die overweegt.
Twijfel je over wat deconventioneren voor jouw situatie betekent? Maak een afspraak — we rekenen het samen door voor je de knop indrukt op ProGezondheid.
Opmerkingen